Levend taalonderwijs

Spreken, luisteren, lezen en schrijven

Taal is een zeer belangrijk middel tot communicatie. Het onderscheidt ons van alle andere levende wezens. Als basis voor ons leesonderwijs, maken wij gebruik van de materialen van ‘leeslijn’. Ook in de onderbouw kunnen kinderen die dat willen, leren lezen. In de onderbouw worden alle letters aangeboden aan de kinderen.

Taalonderwijsjenaplanschool 't Hoge Land in Epe

Voor het taalonderwijs werken wij met de methodiek/bouwstenen uit ‘Dat’s andere taal’. We gaan uit van eigen geschreven teksten, gedichten en werkstukken van kinderen. Deze ‘vrije teksten’ schrijven de kinderen vanuit een bepaalde Jenaplandidactiek, aangeboden door de stamgroepleider. Er ontstaan de prachtigste teksten die de kinderen presenteren in hun eigen tekstenboek. In het boek van onze kinderen worden alle tekeningen en teksten vanaf groep 1 verzameldt. Aan deze eigen geschreven teksten koppelen we taaldoelen en taalcursussen. De bouwstenen van DAT+ gebruiken we hierbij als leidraad.

De woordenschatontwikkeling is ook een belangrijk onderdeel van het taalaanbod in onze school en dit wordt gekoppeld aan de wereldoriënterende thema’s van de stamgroep.

De kringen vormen een vast onderdeel van ons ritmisch weekplan. In de kringen wordt met elkaar gesproken en worden er presentaties gehouden. Dit doen zowel kinderen als stamgroepleiders. Hiermee werken wij aan de mondelinge taalvaardigheden en aan de luistervaardigheden van de kinderen, in een natuurlijke ongedwongen sfeer.

In de midden- en bovenbouw is Nieuwsbegrip een middel om samen te lezen en te werken over een actueel onderwerp en is het de methode voor begrijpend lezen.

Rekenen en wiskunde

Kinderen leren van jongs af aan omgaan met wiskundige begrippen, zoals: dik/dun, meer/minder, hoog/laag, voor/achter, enz. Ook worden voortdurend vragen gesteld waardoor kinderen aangezet worden tot logisch redeneren.

We gebruiken de methode ‘rekenrijk ’ als methodiek om ons rekenonderwijs thematisch op te bouwen in de midden- en bovenbouw. Tevens maken we gebruik van de rekenkisten ‘ Met sprongen vooruit’. De kinderen werken voor langere tijd aan één rekenonderwerp op een aantrekkelijke manier. Wanneer we werken over meten, gaan we ook daadwerkelijk meten. Door middel van materiaal uit de daarbij horende rekenkist kunnen de kinderen ook letterlijk ervaren hoe meten in de praktijk te werk gaat. Hoe breed is het schoolplein? Wat is de oppervlakte van het voetbalveld? Daarna volgt verwerking op eigen niveau. Via werkbladen / werkschriften / spelmateriaal of via de IPad met rekentuin.

Engels

Engels hoort erbij in onze school. Zo moet je niet raar opkijken, wanneer een 4 jarige kleuter zich in het Engels aan je voorstelt. De kinderen leren bij elk project Engelse woorden, ze leren Engelse liedjes en eenvoudige zinnetjes. Dat wordt in de middenbouw spelenderwijs voortgezet. Wekelijks zijn er Engelse kringen, waarin met de hele groep Engels gesproken wordt. Kinderen die daar interesse in hebben, kunnen kiezen uit Engelse boekjes en cd’s.

In de bovenbouw wordt wekelijks geoefend met de methode ‘Hello World’ Daarnaast zijn er Engelstalige leesboeken, die in kleine groepjes samen met ouders worden gelezen.
We hebben graag buitenlandse gasten op school. De kinderen krijgen met deze mensen een band, waardoor er vrijheid ontstaat om Engels met hen te spreken.

Bewegingsonderwijs

Binnen onze school besteden wij ook veel aandacht aan bewegingsonderwijs. Dat begint al bij de kleuters van de onderbouw in onze mooie speelzaal. Door het geven van bewegingsonderwijs leren de leerlingen op een verantwoorde manier deel te nemen aan de omringende bewegingscultuur en leren de hoofdbeginselen van de belangrijkste bewegings- en spelvormen ervaren en uitvoeren.” Het gaat daarbij om bewegingsvormen als balanceren, springen, klimmen, schommelen, duikelen, hardlopen en bewegen op muziek. En om spelvormen als tikspelen, doelspelen; spelactiviteiten waarbij het gaat om mikken en jongleren en stoeispelen.

Vanaf groep 3 wordt er gegymd in de sportzaal aan de Klimtuin in Epe. Hier gaan de leerlingen op de fiets naar toe (onder begeleiding van de juf en een ‘fietsouder’).

“De leerlingen leren samen met anderen op een respectvolle manier aan bewegingsactiviteiten deelnemen, afspraken maken over het reguleren daarvan, de eigen bewegingsmogelijkheden inschatten en daarmee bij activiteiten rekening houden.”

De meeste bewegings- en sportactiviteiten worden gezamenlijk ondernomen. Het is dus nodig om te leren afspreken wat de regels zijn, hoe die na te leven en wie welke rol speelt. Verder hoort daarbij elkaar helpen, op veiligheid letten, elkaars mogelijkheden respecteren en eigen mogelijkheden verkennen.

Schoolzwemmen

In groep 4 en 5 hebben wij om de week een uur schoolzwemmen. Dit doen we bij zwemschool De Koekoek in Vaassen. De leerlingen gaan hier onder begeleiding met een grote bus naar toe.

Het merendeel van de kinderen dat voor het eerst gaat deelnemen aan het schoolzwemmen, heeft al een zwemdiploma. Het schoolzwemmen heeft dan ook veel meer weg van een “natte gymnastiekles”. De leerdoelen zijn gebaseerd op het vergroten van conditie, zwemveiligheid, zwemvaardigheid en plezier.

Voor kinderen, die niet in de gelegenheid zijn geweest zwemmen te “leren” heeft het schoolzwemmen een vangnetfunctie. Kinderen zonder zwemdiploma krijgen gericht zwemles voor hun A-diploma. Hierdoor ontstaat een welhaast unieke situatie dat na twee jaar schoolzwemmen ieder kind in het bezit zal zijn van één of meerdere zwemdiploma’s.

Tijdens het schoolzwemmen wordt het “werkplan schoolzwemmen” gevolgd. Hierin komen allerlei thema’s aan bod zoals: – waterpolo; – survival; – circuit; – snorkelen; – aquakids; – balspelen; – conditie zwemmen; – onderwatervormen; – verbeteren van de zwemtechnieken. (bron: De Koekoek)